Historie

  “De deuren zo wijd mogelijk openzetten!”
 
 ‘Op uitnodiging van den Heer van de Poll sr. waren ten huize vereenigd de navolgende personen: J. Pasman, B.H. Slot, R. van de Berg, G. Slot, W. van Kernebeek, J.G. Diepenhorst, S. Meiling Gzn., A. Kamphuis, J. van Meervet, H. van de Poll sr., H. van de Poll jr.
Na eerst gezellig een kop koffie gebruikt te hebben, sprak de Heer H. van de Poll sr. ongeveer het volgende:
“Het doel, mijn vrienden, dat wij hier zijn, is ulieden allen bekend. En dan mochten wij in de eerste plaats wel schuld belijden voor onze nalatigheid en verzuim in deze dingen begaan, ook wat de opvoeding van onze kinderen betreft…”
Spreker was altijd voorstander geweest van Christelijk Onderwijs, maar had ook altijd bezwaren gehad. Die waren niet weg, want die zouden blijven, zich nog meer op de voorgrond plaatsen, daar hij hoopte dat de drijving tot deze zaak niet buiten het hart moge uitgaan, maar dat de rechte werkzaamheid, die in de binnenkamer begint, hier ook aanwezig moge zijn.
Daarna wordt gelezen Psalm 78 van het eerste tot het achtste vers, waarna Van de Poll sr. voorging in het gebed’.
 
Zo luidden op 21 juni 1906 de allereerste notulen van de vergadering, waar besloten werd tot het stichten van een eigen christelijke school.
                   
Op deze voorbereidingsvergadering werd ook besloten om het gemeentebestuur hiervan direct in kennis te stellen, teneinde haar niet onnodig op kosten te jagen ‘daar door stichting van de Christelijke school de vergroting van de Staatsschool wellicht beter achterwege kan blijven’.
De eigenlijke oprichtingsvergadering werd gehouden op 21 juni 1906 in het lokaal naast de pastorie, waar Ds. Boonstra, predikant van de Hervormde Gemeente, op verzoek van de commissie, de leiding had. Duidelijk blijkt, dat er onvrede heerste over de bestaande situatie. Men kon zich niet verenigen met het onderwijs, zoals dat op de bestaande scholen werd gegeven. Men verlangde naar een school staande op de belijdenisgeschriften van de Nederlands Hervormde Kerk.
‘Onze kring is groot genoeg zelfstandig te zijn’ en ‘de commissie eenparig was om geen samenwerking aan te gaan, maar zelfstandig op te treden, een school te bouwen van de Nederlands Hervormde Kerk’.
 
De vereniging werd diezelfde avond gelijk met de school opgericht, terwijl de contributie werd vastgesteld op ‘een daalder’ en ‘dat leden zouden kunnen zijn mannen die de leeftijd van 21 jaar bereikt hebben’. Terzijde: die f 2,50 contributie is in honderd jaar overigens gestegen naar maar liefst €2,50!
 
Direct na deze vergadering kwamen de gekozen leden samen om de bestuursfuncties te verdelen.
Dat werden:
voorzitter: ds. D. Boonstra,
vice-voorzitter: H. van de Poll sr.,
secretaris: H. van de Poll jr.,
vice-secretaris: W. van Kernebeek
penningmeester: J. Pasman,
vice-penningmeester: B.H. Slot,
leden: H. Slot, R. van de Berg en G. Hartgersen.
 
Op de eerste officiële bestuursvergadering werd de aanvraag tot erkenning bij Hare Majesteit de Koningin geregeld. Daarnaast besloot men dat er drie klassen zouden komen en werd het schoolgeld vastgesteld:
‘Eerste klas zal wekelijks betalen 20 cent met vermindering van 2 ½ cent voor elk kind uit elk huisgezin. Tweede klas 15 cent per week met vermindering van 2 ½ cent voor elk kind van dat huisgezin. Derde klas 10 cent per week met voor elk kind 2 ½ cent vermindering uit dat huisgezin’.
 
De plaats van de school leverde geen problemen op; alleen zou het huisje van Van Emst gekocht en gesloopt moeten worden, zodat de school naast de pastorie kon komen. De kerkvoogdij zou gevraagd worden het huisje te kopen en de grond dan af te staan in erfpacht aan het schoolbestuur. De school met het schoolplein aan de voorzijde zou zo mooi beschut komen te liggen tussen de bovenmeesterwoning aan de linkerkant en het catechisatielokaal aan de rechterkant. Binnen 14 dagen was de zaak beklonken: Kerkvoogden en Notabelen hadden besloten dat het schoolbestuur het huisje van Van Emst zou kopen, waarna de kerkvoogdij dit zou betalen, omdat zij nog een geldelijke verplichting tegenover het schoolbestuur had: er waren gelden van het schoolfonds gebruikt om het catechisatielokaal te kunnen bouwen. Daarna zou in ruil voor dit lokaal aan de schoolvereniging zoveel grond worden afgestaan als zij nodig had voor het schoolterrein.
 
Op 2 oktober 1906 werden de leden op de eerste ledenvergadering in kennis gesteld van de stand van zaken en werd hen meegedeeld dat op 30 oktober 1906 om drie uur ’s middags de aanbesteding zou plaatsvinden. Op 20 december 1906 werd de heer C. Mulder met algemene stemmen gekozen als hoofd van de nieuw te openen school. Naast hem werden de heren Schouten en Stephan als onderwijzers benoemd. Tijdens de tweede ledenvergadering op 11 maart 1907 werd in plaats van de heer G. Hartgersen de heer L. van Dam als vervangend bestuurslid gekozen. Op een vraag met betrekking tot toelating van kinderen tot de school stelde het zojuist benoemde lid voor: ‘…de deuren zo wijd mogelijk openzetten!’ Op donderdag 28 maart 1907 werden de deuren van de school daadwerkelijk wijd opengezet om 135 leerlingen met ouders en belangstellenden kennis te laten maken met de nieuwe school, nadat ds. Boonstra uit Nehemia 4 de eerste 14 verzen had gelezen en naar aanleiding hiervan een openingswoord had gesproken. De avond hiervoor had ds. Kalkman in een kerkdienst van de Nederlands Hervormde Gemeente ‘door gebed en woord’ de school aan de Heer opgedragen en de ouders op hun ‘verantwoordelijkheid’ gewezen.
 
Het bestuur kreeg nu meer en meer te maken met de opstartproblemen van een school, waarbij de bestuursleden ook zelf regelmatig de handen letterlijk uit de mouwen staken. Maar na ruim een half jaar is men blijkbaar door de grootste drukte heen, want in de notulen valt dan te lezen: ‘Na nog een uurtje gezellig bijeen te zijn geweest besluit de vice-voorzitter met gebed’. De financiën baarden steeds weer zorgen. Het gebeurde wel eens dat bestuursleden geld uit eigen zak bijdroegen om deze problemen op te lossen of om het personeel in ‘deze dure tijd’ toch een salarisverhoging te kunnen geven. In het toenmalige Putten waren de lijnen kort en dus de contacten directer. Dat gold ook voor het bestuur, zo valt tussen de regels van de notulen door te lezen. Je ziet het als het ware tijdens een vergadering weer gebeuren: de voorzitter gaat even weg om de problemen direct met de betrokken leverancier te regelen om even later nog tijdens de vergadering met de mededeling terug te komen: “De zaak is opgelost!”
 
Die goede oude tijd…
 

De eerste steen ...
Deze gedenkwaardige steen heeft een ereplaats in het nieuwe schoolgebouw.
 


Mannen van het eerste uur ...




Meester Mulder


Ds. Boonstra
BmdB Bij de Bron, 2011
Realisatie: Anyway Internet