WOORDPAKKETTEN UIT TAALVERHAAL.

Informatie spellingonderwijs voor de ouders van de groepen 4 t/m 8
 
Spelling is onderdeel van het taalonderwijs op Bij de Bron en wordt m.b.v. de methode Taalverhaal aangeboden in groep 4 t/m 8. Bij spelling gaat het om het schrijven van woorden volgens de Woordenlijst Nederlandse Taal die wettelijk is voorgeschreven. Er zijn twee manieren om spelling aan te leren: op basis van regels en door inprenting (vastleggen in het geheugen). De spellingmethode die we op Bij de Bron volgen is gebaseerd op regels. Kinderen leren waarom ze een woord op een bepaalde manier moeten schrijven. Bij een woordpakket zijn woorden gegroepeerd rondom een spellingregel. Door de regel te leren met het oefenen van het woordpakket herkennen de kinderen soortgelijke andere woorden. Het is dus belangrijk dat kinderen weten waarom ze een woord op een bepaalde manier moeten schrijven. Daarvoor benoemen ze de regel die bij het woord hoort.
 
Hoe kunt u nu thuis het woordpakket op een goede manier met uw kind oefenen?
 - Noem een woord uit het woordpakket en laat uw kind vertellen bij welke regel dat woord hoort.
- Noem een woord uit het woordpakket en laat uw kind de regel die bij het woord hoort beschrijven. Het praten over de woorden is net zo belangrijk als het oefenen in het schrijven van de woorden.  Door de regels vaak te noemen, worden ze geautomatiseerd.
- Neem uw kind een kort dictee af en kijk dit samen na. Bespreek de fouten woorden. Bespreek samen (aan de hand van de spellingsregel) hoe het woord geschreven had moeten worden.
- Laat uw kind andere woorden bedenken die bij de regel horen. Op deze manier oefenen ze ook andere woorden (die niet in het woordpakket staan maar wel bij de regel horen) goed te schrijven.
- Op de speelse manier volgens B.L.O.O.N:
B  = bekijken
L  = lezen
O = omdraaien
O = opschrijven
N = nakijken
Op losse kaartjes worden de woorden opgeschreven. De leerling kan op deze manier zelf nakijken welke woorden goed geschreven zijn en welke nog geoefend moeten worden.
 
                woordpakket  11 - 20 
                woordpakket  21 - 30 
                woordpakket  31 - 40 
 
Groep 5    woordpakket   1 - 10
                woordpakket  11 - 20 
                woordpakket  21 - 30 
                woordpakket  31 - 40 
 
Groep 6    woordpakket   1 - 10
                woordpakket  11 - 20 
                woordpakket  21 - 30 
                woordpakket  31 - 40           
Groep 7    woordpakket   1 - 10
                woordpakket  11 - 20 
                woordpakket  21 - 32 
                woordpakket  33 - 40 
Groep 8    woordpakket   1 - 10
                woordpakket  11 - 20 
                woordpakket  21 - 32
                woordpakket  33 - 40

Leuke spelletjes bij Taalverhaal:
 
De woorden die we aanleren worden ingedeeld in categorieën. Hier een uitleg van elke categorie:
  LUISTER woord
"Schrijf het woord zoals je het hoort."
 
Door te luisteren weet je hoe je het schrijven moet. Bij 'boek' hoor je: b/oe/k. Dus schrijf die klanken op.
  OOK-ZO woorden 
 "Schrijf het stukje van het woord als het stukje dat je al kent." 
 
Als je weet hoe 'vriendelijk' wordt geschreven, dan weet je ook  hoe je 'natuurlijk' moet schrijven.
  REGEL woord
"Let op! Pas de regel toe."
 
Om te weten wat de laatste letter van 'land' is, moet je het woord langer maken: landen. Dus je schrijft 'land' met een 'd' ook al hoor je een 't'.
  ONTHOUD woord
"Onthoud hoe je het woord schrijven moet."
 
Er is geen regel die jou helpt om te onthouden of je 'klei' nu met 'ij' of 'ei' schrijft. Deze woorden leer je dus uit je hoofd. Dat is vaak bij veel Nederlandse woorden zo. Het woord kun je als plaatje opslaan in jouw geheugen.
KNIP woord

Dit woord moet je eerst in stukken verdelen. Kijk dan bij elk stukje
of het bij de Luister, Ook-zo, Regel of Onthoud woorden hoort.
   
 
Werkwoordspelling
Om te weten hoe je werkwoorden moet schrijven zijn er andere regels. Het schema helpt je om de regels te onthouden.

schema werkwoordspelling (pdf) 
 
BmdB Bij de Bron, 2011
Realisatie: Anyway Internet